Regelgeving

De WIA, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, gaat twee onderdelen omvatten:

  • de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, de WGA;
  • de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, de IVA.

Bij de nieuwe wet, die in 2006 van kracht wordt, gaat het erom dat werknemers werken naar vermogen - ook als ze minder arbeidsgeschikt zijn. Met andere woorden: 'Het gaat niet om wat je niet meer kan ... maar om wat je nog wel kan.' De wet zal dan ook meer prikkels bieden om weer aan de slag te gaan. Zo zal het straks financieel altijd lonend zijn om (meer) te werken.

De WIA in context

De WIA vormt het sluitstuk van het nieuwe stelsel rond ziekte op het werk, arbeids(on)geschiktheid en reïntegratie.

Eerder zijn al de Wet verbetering poortwachter (sinds 2002) en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (sinds 1 januari 2004) ingevoerd. Deze wetten regelen hoe werkgever en werknemer in de eerste twee jaar van de ziekte van de werknemer er alles aan moeten doen om de werknemer weer terug aan het werk te krijgen. Dit om te voorkomen dat na twee jaar een uitkering nodig is.

Als die inspanningen onvoldoende resultaat hebben gehad, kan de zieke werknemer na twee jaar op grond van de WIA in aanmerking komen voor een uitkering. Deze uitkering kan de vorm krijgen van WGA of IVA. Hierbij gaat het niet alleen om een inkomen, maar vooral om terugkeer naar werk te stimuleren. De bestaande Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) wordt opgeheven, en de REA-voorzieningen worden in de WIA geregeld.

Er is een apart wetsvoorstel voor de invoeringswet WIA gemaakt.

De WAO blijft bestaan voor mensen die nu een WAO-uitkering hebben. Zij kunnen wel vanaf 1 oktober 2004 worden opgeroepen voor een herkeuring met nieuwe beoordelingsregels.

Waar draait het om in het nieuwe stelsel?

De uitgangspunten van het nieuwe stelsel zijn:

  • Werkgever en werknemer moeten zich, meer nog dan voorheen, samen inspannen om terugkeer naar werk mogelijk te maken.
  • De nadruk ligt op wat mensen kunnen, niet op wat ze niet meer kunnen.
  • Hoe arbeidsongeschikt iemand is, hangt af van wat hij of zij door ziekte of gebrek aan inkomen verliest.
  • Werken, en dus ook weer of meer werken, moet lonend zijn.
  • Wie niet meer kan werken en geen kans heeft op herstel, krijgt een solide uitkering.
  • Wie nu een WAO-uitkering heeft, valt niet onder het nieuwe stelsel.

Hoe gaat het stelsel er uit zien?

Stapsgewijs ziet het nieuwe stelsel er als volgt uit:

  • De werkgever is twee jaar lang verantwoordelijk voor reïntegratie en loondoorbetaling van een zieke werknemer. Maar ook de werknemer moet zich voldoende inzetten om terugkeer naar werk mogelijk te maken.
  • Na twee jaar ziekte keurt UWV de zieke werknemer.
  • Hoe arbeids(on)geschikt de werknemer is, hangt af van verschil tussen het oude loon en wat hij of zij theoretisch nog kan verdienen met de beperkingen als gevolg van de ziekte: het loonverlies.
  • Wie minder dan 35% loonverlies lijdt is niet arbeidsongeschikt en blijft in beginsel in dienst van de werkgever.
  • Wie tenminste 35% maar niet meer dan 80% loonverlies lijdt, krijgt eerst een loongerelateerde uitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Daarna krijgt men een loonaanvulling als men voldoende werkt, of een vervolguitkering als men niet of onvoldoende werkt. Daarbij geldt altijd: hoe meer men werkt, hoe hoger het inkomen is. Wie tenminste 80% loonverlies lijdt en waarschijnlijk zal herstellen, krijgt een loongerelateerde uitkering (70% van het laatste loon).
  • Wie (duurzaam) tenminste 80% loonverlies lijdt, is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt en krijgt een loongerelateerde uitkering (70% van het laatste loon).
  • Werkgevers kunnen bij UWV verzekerd zijn voor de WGA of 'Eigenrisicodrager' worden (alle grote werkgevers en kleine werkgevers die Eigenrisicodrager WAO zijn vanaf 2006, overige kleine werkgevers vanaf 2007). In dat laatste geval dragen ze zelf het financiële risico of verzekeren ze dat bij een particuliere verzekeraar.
  • Om eerlijke concurrentie tussen UWV en verzekeraars mogelijk te maken bestaat de mogelijkheid dat er vanaf 2007 een opslag op de WGA-premie komt die dan macro-economisch zal worden gecompenseerd.
  • In 2006 is er nog geen premiedifferentiatie en kunnen kleine werkgevers die vóór 2005 geen Eigenrisocdrager voor de WAO waren, nog geen Eigenrisicodrager voor de WGA worden. Werkgevers die zelf het risico voor gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid van hun werknemers dragen of dit particulier verzekeren, krijgen de WGA-component in de basispremie in 2007 terug.
  • Het nieuwe stelsel geldt alléén voor werknemers die ziek worden of zijn geworden vanaf 1 januari 2004. Bestaande WAO'ers blijven in het oude stelsel maar kunnen, als ze jonger dan 50 zijn, vanaf 1 oktober 2004 wel volgens nieuwe richtlijnen gekeurd worden.